Botswana

We vertrekken op ons gemakkie in ons 4×4 bakkie, eerst een rondrit makend door het park. Het is een mooi park, de Boabab bomen zijn zo enorm, dat we met z’n vieren hem niet zouden kunnen omcirkelen. De belangrijkste trekpleisters zijn de prehistorische opgravingen, maar voor mij is het landschap het mooiste landschap dat ik tot nu toe in Zuid-Afrika heb gezien. Een tree-top-walk in de morgenzon, vergezeld van wat bavianen is nooit te versmaden, een prachtig uitzicht op het drielandenpunt Zuid-Afrika\Botswana\Mozambique is ook leuk, maar we moeten verder want Botswana roept. De weg tussen Alldays en Swartwater staat te boek als verhard maar een groot deel bestaat uit dusdanig veel potholes dat die classificatie wat mij betreft een leugen is. Het rijden wordt meer een reuzeslalom waarbij er gelukkig in geen velden of wegen tegenliggers te bespeuren zijn. Ondanks mijn beste Max Verstappen imitatie is de rondetijd bedroevend, nog los van de nieren van de inzittende die behoorlijke klappen hebben gekregen. Maar we komen waar we moeten zijn: de grens. Een onafzienbare rij niet bewegende vrachtwagens staat in de berm, maar wij van de lichte brigade kunnen er langs manoeuvreren tot aan het hek. Het lijkt in eerste instantie erg makkelijk te gaan. Een official kijkt naar binnen, ziet vier vragende koppies met een paspoort in hun knuistjes verwachtingsvol toe kijken. Hij krabbelt wat op een papiertje en gebaart dat we door kunnen. Zo makkelijk kom ik niet eens het dorp in na mijn werk. Maar dat valt tegen. We moeten ergens parkeren, maar er zijn geen vrije plekken en als we eenmaal ergens staat kunnen we achteraan sluiten bij een lange rij die een groezelig gebouwtje in gaat. We sluiten achteraan en laten ons als makke schapen mee leiden. Vier loketten douane, vier immigratie maar geheel in stijl zitten er veel mensen in het kantoortje maar slechts 1 per sectie mag de stempel hanteren. Met een verveelde kop kijkt ze naar het briefje, mijn paspoort, geeft er met een flinke knal een stempel in en kijkt oneindig vermoeid naar de volgende reisgenoot die al klaar staat met een vriendelijke lach en een opengeslagen paspoort. Een klein uurtje verder kunnen we het stalen ros weer opstarten en rijden we de grens naar Botswana over. Daar gaat het ritueel ongeveer met dezelfde passie nogmaals langs komen behalve dat er dan nauwelijks een rij staat. De geboekte overnachtingplaats kijkt uit op de enkelbaansbrug over de grensrivier Limpopo. De zware motoren van de vrachtwagens, dronken locals met als enige leuke aanvulling brullende nijlpaarden maken het een plek om snel weer te vergeten.


Geef een reactie

%d bloggers liken dit: