Een goed begin is het halve werk (maar dan andersom…)

De dag begint vroeg en, naar goed Afrikaanse gewoonte, koud. Als we ons om 6 uur melden bij de receptie van de camping komt de open safarijeep net aanrijden. King, onze gids introduceert zich en deelt dekens uit. We zoeken een plek en pakken ons in. Eenmaal aangekomen bij de ingang van Chobe national park dringt de geldende sfeer zich op. Een parkeerplaats afgeladen met safaritrucks staat te wachten om het park in te mogen. Ook in het park zijn we al heel snel bezig met filerijden waar de A12 bij het Gouweaquaduct een puntje aan kan zuigen. We rijden de oevers van de Chobe op en zien voor ons zeker 15 jeeps dezelfde route volgen als wij van plan zijn. Niet zonder reden want het landschap is mooi en in het water liggen mooie grote lomperds van nijlpaarden rustig wakker te worden. Een paar jonge mannetjes zijn al wat meer wakker en zijn bezig met een schijngevecht waardoor het gebit van de heren duidelijk zichtbaar wordt, respectabele tandjes! We sluiten weer achteraan in de file en gaan verder. Er is niet veel wild te zien en volgens de gids is dat te danken aan het jagen van leeuwen. Als bewijs wijst hij op een paar putjes in het zand die leeuwensporen zouden zijn. Gids King haalt voorgangers in waar mogelijk. Waarom is ons geheel onduidelijk en het effect is slechts dat we een andere voorganger voor ons krijgen. Hij overlegt met iedere andere gids en wat zich wel steeds duidelijker aftekent is dat iedereen op zoek is naar de grote katten. Hij roept een paar keer dat hij ze kan horen, wuift een beetje naar dichte bebossing dat ze daar echt rondlopen maar de King of the Jungle laat zich door de King of the (dirt)Road niet verleiden tot een vertoning. Dan maar naar de koffie en theebreak. We komen aan op een plek waar zich intussen een vijftal andere jeeps hebben verzameld en de thermoskannen worden tevoorschijn getrokken. Dan komt de marifoon in verschillende auto’s krakend tot leven en worden we als vee de safarijeep ingejaagd om aan de oproep gehoor te geven. King haalt op zijn meest a-sociaals andere jeeps in en zo kan het gebeuren dat we als laatste vertrekken maar als tweede bij de voorstelling aankomen. Voor ons sjokt er een grote mannetjesleeuw over het pad en trekt zich totaal niets aan van de aanzwellende hoeveelheid safari jeeps die hem achtervolgen. Als er ook nog eens aan de andere kant van het pad in de struiken 2 mannetjesleeuwen worden gesignaleerd is het hek van de dam. Van de andere kant komt ook nog een kudde safarijeeps aangedenderd en met zeker 12 jeeps staan we op een zandpad met z’n allen shocking klem. Geen leeuw meer te zien (geef ze eens ongelijk) maar voor of achteruit kunnen we ook niet meer. Na een overdosis bijzondere verrichtingen waarbij King zich ook als medewerker van de plantsoenendienst ontpopt weten we te ontsnappen uit de wurggreep van deze safarigekte. We rijden terug naar de poort en eigenlijk wordt het dan pas mooi. Vechtende olifanten, mangoesten, giraffen, zebra’s, buffels, visarenden en gieren laten zich, net als wij, opwarmen in de ochtendzon. Ondanks het toetje houden we er gevieren een wrange nasmaak over dit safaricircus aan over.
Een paar uur later melden we ons bij een boot voor een riviercruise op de Chobe in de hoop dat het daar wat relaxter aan toe gaat. De hoop zinkt ons in de schoenen als de kapitein zich aandient: King! Blijkbaar is de man van alle markten thuis. Maar gelukkig geldt ook in Botswana dat het leven op het water zich altijd een tandje rustiger afspeelt. Hij heeft nog wel steeds de neiging om iets meer gas te geven als zijn buurman maar we schieten gelukkig niet in plané over het water. Op een eiland in de grensrivier tussen Botswana en Namibië staan twee olifanten te headbangen met een pluk gras in hun slurf. Beetje raar gedrag maar het blijkt dat ze de modder van de wortels af willen slaan om hun gebit te sparen. Verder op staan trouwens enorme kuddes olifanten hetzelfde te doen. Dit blijken twee vrijgezellen heren die door dames olifanten de deur zijn gewezen. Een enorme krokodil wordt door King voorgesteld als Mr. Croc, made in China. En ik moet inderdaad heel goed kijken om te zien of we het hier wel over een levend exemplaar hebben. Dat ik weinig kans op overleven in de Afrikaanse jungle heb, mag worden afgeleid uit het feit dat ik net begin te geloven dat we hier inderdaad een kunstobject staan te bewonderen als hij overeind veert en naast ons geruisloos het water in glijdt. Made in China my ass… De tocht ontpopt zich als een prachtige boottrip met zwemmende olifanten die slurf aan staart een geul oversteken, ijsvogels die als kolibries in de lucht hangen, Mr. Maraboe en juffrouw Ooievaar die goeie tijden uit de Fabeltjeskrant ophalen, drinkende giraffe en als toetje een mooie zonsondergang met uitzicht op twee headbangende olifanten.
’s Avond barbecue van braaimaster Rob met een meter boerenwors en een kip met een blikje bier in z’n gat. Ondanks dat het de nodige creativiteit vraagt om het vlees gereed voor consumptie te maken is het een heerlijke etentje bij een gezellig knapperend haardvuurtje. Als we klaar zijn komt er een zwevend kunstgebitje aan. Het is de altijd lachende en uitermate beleefde Bravo, de beveiliger. Hij stelde zich voor als de ultieme reden om je schouders los te gooien, de spanningen uit je nek weg te laten vloeien en in een volkomen staat van Zen te geraken want Bravo is here, dat wordt weer lekker slapen.


Een gedachte aan “Een goed begin is het halve werk (maar dan andersom…)