Verborgen schat

De ochtendzon speelt door de bladeren van de palmen. Ze worden afgewisseld door stamvarens die prachtige schaduwen werpen op het pad. Naast ons is een jadegroene rivier op weg om zich te vermengen met de Tasmanzee. Het voelt alsof we in de tropen lopen. De palmen, het scherpe licht van de ochtendzon, de vochtige geur van het bos, alles draagt bij aan dit gevoel. Elke vakantie overkomt het je wel een keer. Ergens waar je het helemaal niet verwacht ontdek je een parel. De Pancake Rocks die hier op een steenworpafstand liggen zijn de absolute topattractie. Buslading na buslading wordt afgeleverd en na een kort bezoek als makke schapen weer verder gedreven naar het volgende hoogtepunt. Maar op nog geen 400 meter vanaf de Pancake Rocks ligt een kleine parkeerplaats die het begin is van de wandeling langs de Punakaiki river. De krijtrotsen zijn door de riviertjes uitgesleten met scherpe en steile wanden. Ze rijzen naast ons op als muren. Op sommige uitstekende delen hebben bomen toch weer kans gezien om te wortelen, altijd weer indrukwekkend om te zien hoe de natuur in staat is zich in allerlei bochten te wringen om elk beschikbaar stukje grond te gebruiken. Als we ergens het diepgroene water van het riviertje staan te bekijken valt het me op dat er geen vis te zien is. Onmiddellijk wordt ik terecht gewezen door een polsdikke Nieuw-Zeelandse paling die rondscharrelt langs een rots en er uiteindelijk onder verdwijnt.

De wandelpaden hier zijn echt heel erg goed verzorgd. Het Department of Conserveration, in de volksmond beter bekent als DOC, is er voor verantwoordelijk en doet dat heel goed. Trappen waar het steil is, grind als het glad is, WC’s op rustplaatsen en hangbruggen als er een rivier moet worden gekruist. Zo ook dit pad dat zich inmiddels omhoog kringelt om langs de andere kant van de berg weer terug te komen bij de zee. Het is een heldere, bijna onbewolkte dag en dus zien we de Nieuw-Zeelandse Alpen langs de kustlijn zich voor honderden kilometers uitstrekken. Een prachtig, bijna onwerkelijk gezicht.

Omdat het hier zo mooi en lekker weer is, besluiten we een dag extra te blijven en morgen (als het gaat regenen) maar een extra lange rijdag te plannen. We maken nog een kortere wandeling die door het bos naar het strand leidt. De baai is prachtig met verweerde kalksteen, maar de zandvliegen zorgen er voor dat we snel rechtsomkeerd maken. Zelfs de mogelijke komst van de dwergpinguïn kan Marieke niet verleiden langer te blijven. Die vliegen zijn trouwens wel een dingetje hier. Het lijken een soort van Draculabeesten te zijn. Ze bijten je zo gemeen dat er gewoon een dikke druppel bloed tevoorschijn komt. Ik ben erg van de natuur, maar ik schep er toch een satanisch genoegen in om er zoveel mogelijk dood te meppen voor ze mijn bloed gaan drinken.

Aan het aan het einde van de middag eindigen we bij de lokale taveerne, op een steenworp afstand van Camping aan Zee om in het late middagzonnetje een lekker biertje te drinken. Een dag wel besteed!


Geef een reactie

%d bloggers liken dit: