16 augustus: “March of the Dead”

“This is now a walk of the dead” grapt expeditieleider Ali over de radio; haar wandelgroep heeft net walvisrestanten gevonden en we lopen al een hele tijd over keien die barstensvol fossiele koralen en brachiopoden zitten. Zonder fossielenboekje – en zonder toegang tot Internet, gaat het niet lukken ze nader te determineren. Exemplaren meenemen aan boord is streng verboden en gids Andreas, die een achtergrond in geologie heeft, is met de Duitstalige passagiers aan de wandel.

Even later blijkt het inderdaad een “walk of the dead” te zijn: in de bedding van een stroom smeltwater vinden we een karkas. De dikke bruine vacht en vuistdikke rugwervels zijn niet genoeg om te bepalen wat het is, totdat één meter verderop de gemummificeerde kop is gevonden: het is een ijsbeer, waarvan de vacht blijkbaar door de jaren onder de grond, bruin is geworden.

De duikers zijn eerder vanochtend gebriefd: het plan is te duiken rond een ijsschots, maar met slecht zicht onder water. Toch weerhouden deze omstandigheden, die niet optimaal zijn voor mooie foto’s, de meeste duikers er niet van te duiken. Duiker Dan, de enige duiker buiten onze groep, maakt groepsfoto’s bovenop een ijsschots. Helaas zijn deze ijsschotsen ook de favoriete neerstrijkplaats voor verschillende Arctische watervogels en zijn deze bedekt onder een laag vogelpoep.

Na de geweldige walrus-ervaring van gisteren staat ons ’s middags weer een ontmoeting te wachten met deze indrukwekkende dieren, ditmaal op land. Het voelt een beetje aan als een militair strafkamp: op de hoge plaatsen rondom ons staan onze gidsen gewapend op de uitkijk naar ijsberen, terwijl wij in één linie stil naar voren lopen. Op het handsignaal van Andreas stopt te linie en veranderen we in een vuurpeloton van fotografen. Bij het volgende handsignaal marcheren we verder, dichter naar de berg blubber gevormd door een handvol walrussen. De walrussen doen wat walrussen het beste doen: niets! Uiteindelijk laten ze merken dat ze niet dood zijn door een schijngevechtje van twee seconden. In het water schelpdieren eten, en daarna op het land in een grote berg walrus uitbuiken is inderdaad niet doods. Dit is het leven!

Cyriel

%d bloggers liken dit: